PP2: Resultaten & conclusies

5) Wie, Wanneer?
Deze evaluatie werd uitgevoerd met acht triatleten (n=8), waarvan zeven mannen en één vrouw. De leeftijd van deze personen ligt tussen 22 en 41 jaar. Twee personen hadden geen ervaring met het gebruik van een smartphone. Alle personen gaven aan regelmatig een computer te gebruiken en over een basiskennis van het Engels te beschikken. Er werd telkens een afspraak gemaakt met elke testpersoon. Deze afspraken gingen steeds door bij de persoon thuis en duurde ongeveer 45 minuten.

6) Resultaten & Mogelijke oplossingen
De problemen die zich doorheen de evaluaties hebben voorgedaan staan hieronder opgelijst. Onderstaande problemen hebben betrekking tot zowel de inhoud als het gebruik van het dashboard. Er wordt telkens getracht om voor elk probleem een aantal mogelijke oplossingen te bespreken. Het is dan de bedoeling dat in een volgend ontwerp voor elk van deze problemen de beste oplossing gekozen wordt.

1. Te weinig plaats in planning (n=4)
Screen Shot 2014-03-05 at 11.59.27

Probleem:
Vier van de acht triatleten hadden een probleem met de voorstelling van de activiteiten in de planning. Op het design is te zien dat het vakje dat overeenkomt met een bepaalde sport op een bepaalde dag maximaal twee activiteiten kan bevatten. Het vakje is te klein om er meer activiteiten in weer te geven, terwijl deze triatleten aangaven vaak dagelijks meer dan twee activiteiten per sport af te leggen.

Mogelijke oplossing:
Dit probleem wordt voornamelijk veroorzaakt door onder de geplande afstand of tijd van een activiteit ook de afstand of tijd die effectief werd afgelegd weer te geven. Een bijkomend nadeel van deze representatie is de onmogelijkheid om in één oogopslag te bepalen of er effectief meer of minder werd afgelegd dan gepland. Gebruikers moeten eerst beide cijfers met elkaar vergelijken vooraleer tot een conclusie te kunnen komen.

Een mogelijke oplossing is om kleuren te introduceren die aangeven of er meer of minder werd gedaan. Kleuren worden echter reeds gebruikt om de trainingscategorie van een activiteit aan te duiden. Daarom lijkt deze oplossing niet aangeraden. Er kunnen minstens nog twee andere mogelijke oplossingen in overweging worden genomen. Een eerste voorstel is het toevoegen van een progress-bar in de balk van de activiteit. Deze geeft aan hoeveel procent van de geplande afstand of tijd er effectief werd afgelegd. Een tweede voorstel is het toevoegen van een small indicator in de balk van de activiteit. Hierbij kan bijvoorbeeld een pijl worden toegevoegd die naar boven wijst indien er meer werd gedaan dan gepland, en het omgekeerde indien er minder werd gedaan.

In beide voorstellen wordt de effectieve afstand of tijd niet weergegeven, waardoor er meer plaats vrijkomt in het vakje. Beide oplossingen elimineren bovendien ook de stap van de vergelijking tussen twee cijfers, waardoor in één oogopslag te bepalen is of er effectief meer of minder werd afgelegd dan gepland. Het voordeel van de progress-bar t.o.v. de small indicator is dat de gebruiker ook kan inschatten hoeveel meer of minder er werd afgelegd dan gepland. Een moeilijkheid in de weergave van de progress-bar is echter wanneer er meer werd gedaan dan gepland. Een bijkomend nadeel is dat de planning hoogstwaarschijnlijk een minder simplistisch uiterlijk krijgt.

2. Relatie tussen activiteit en details niet duidelijk (n=6)
Screen Shot 2014-03-05 at 12.50.17kopie

Probleem:
Voor zes van de acht ondervraagde triatleten was het niet duidelijk dat de details die aan de rechterzijde van het dashboard worden weergegeven, gekoppeld zijn met een activiteit. Vier van deze zes triatleten hadden het idee dat dit een wekelijkse samenvatting was van een bepaalde sport. De andere twee triatleten hadden geen idee.

Mogelijke oplossing:
Het klikken op een activiteit waarvan de resultaten reeds werden ingegeven heeft als effect dat de details aan de rechterzijde worden weergegeven. Dit probleem dient een beetje genuanceerd te worden omdat de details leeg zouden zijn zolang er niet wordt geklikt op een activiteit. In dit ontwerp staan echter de details die gekoppeld zijn aan de loopactiviteit op dinsdag al weergegeven. Langs de andere kant moet de relatie tussen de details en de activiteit die er aan gekoppeld is altijd zichtbaar zijn. In dit ontwerp bevat de planning geen aanwijzing die aangeeft van welke activiteit de details momenteel worden weergegeven.

Een mogelijke aanwijzing zou kunnen zijn om de balk van de geselecteerde activiteit een gekleurde rand te geven. Indien er geen activiteit geselecteerd is, kan er op de plaats waar normaalgezien de details worden afgebeeld een hint worden getoond. Deze hint kan de gebruiker dan aansporen om op een activiteit te klikken indien hij de details ervan wenst op te vragen.

3. Slechts één afstand bij fysieke proeven (n=7)
Screen Shot 2014-03-05 at 14.07.22

Probleem:
Zeven van de acht ondervraagden vonden het problematisch dat per sport steeds dezelfde afstand werd gebruikt voor alle fysieke proeven.

Mogelijke oplossing:
In realiteit hebben deze proeven vaak een verschillende afstand. Deze afstand hangt af van een aantal factoren. Zo is de periode waarin een proef wordt afgelegd bepalend. In het tussenseizoen zullen deze afstanden meestal korter zijn dan in de periode waarin de triatleet moet pieken naar het hoogste niveau. Ook de wedstrijd naar waar de triatleet toeleeft is van belang. Vaak wordt de afstand van een fysieke proef beïnvloed door de afstand van de volgende wedstrijd. Gegeven het feit dat triatleten aan wedstrijden deelnemen van een verschillend formaat, lijkt het aangewezen om te werken met verschillende afstanden voor deze proeven. De gebruiker moet dan de mogelijkheid hebben om de afstand te kiezen waarvan de tijden van deze proeven moeten worden weergegeven.

4. Eén hartslagzone voor alle sporten (n=5)
Probleem:
In de profielpagina kunnen triatleten hun hartslagzones ingeven. Deze zones worden gebruikt in de details van de resultaten van een activiteit en zijn in dit ontwerp voor elke sport hetzelfde. Vijf van de acht triatleten gaven aan dat in realiteit de hartslagzones voor elk van de drie sporten verschillend zijn.

Mogelijke oplossing:
Omdat de drie sporten een andere intensiteit hebben, zal de hartslag bij het beoefenen van deze sporten verschillend zijn. Daarom dient er in de toekomst de mogelijkheid te zijn om in de profielpagina hartslagzones op te geven voor elk van deze drie sporten.

5. Het concept van fysieke proeven
De triatleten werden gevraagd om een mening te geven over het concept van de fysieke proeven. Meer bepaald of ze het zelf gebruiken of willen gaan gebruiken in de toekomst, m.a.w. of het een nuttig concept is om de toename in conditie in te schatten. De verdeling van de antwoorden ziet er als volgt uit:
– (n=6): Geven aan dat ze het concept van fysieke proeven zelf toepassen of in de toekomst zeker willen gaan toepassen.
– (n=2): Geven aan dat het concept van fysieke proeven niet interessant is.

Conclusie:
Aan het einde van de evaluaties van het eerste papieren prototype werd de beslissing genomen om de vooruitgang van conditie voortaan weer te geven aan de hand van fysieke proeven in de plaats van het vergelijken van gemiddelde snelheden (zie resultaten pp1). Het resultaat op deze vraag bevestigt grotendeels dat het huidige concept de moeite waard is om op te nemen in het dashboard en verder te onderzoeken.

6. De drukte van het dashboard
De triatleten dienden aan te geven of ze het dashboard al dan niet te druk vonden. De verdeling van de antwoorden ziet er als volgt uit:
– (n=7): Het design komt niet druk over.
– (n=1): Het design komt erg druk over.

Conclusie:
Waar bij het vorige ontwerp (zie resultaten pp1) nog zeven van de negen ondervraagden aangaven dat het ontwerp heel erg druk overkwam, doet dit ontwerp het met slechts één van de zeven ondervraagden veel beter.

7. Ontbrekende informatie
Op het einde van de evaluatie werd er gevraagd naar informatie die niet staat weergegeven op het dashboard, maar die de triatleet wel nodig vindt. Eén van de acht triatleten gaf aan wedstrijden te willen plannen in de kalender en de mogelijkheid om van deze wedstrijden een resultaat op te slaan. Een andere triatleet wilde de mogelijkheid om doelstellingen voorop te stellen en proberen deze na te streven.

Conclusie:
Slechts twee van de acht triatleten gaven aan dat er informatie ontbrak. Beide voorstellen werden geïntroduceerd in het eerste digitale prototype (zie ontwerp pp1). De persoon die aangaf het concept van wedstrijden te missen, wilde enkel wedstrijden inplannen en een kort resultaat ervan opslaan. Dit zonder wedstrijden met elkaar te kunnen vergelijken, zoals wel het geval was in het eerste papieren prototype. De motivatie hiervoor is dat triatleten toeleven naar wedstrijden en dat deze daarom ook zeker op de planning thuishoren. De mogelijkheid bieden om ook wedstrijden in te plannen, kan later nog worden overwogen.

8. SUS questionnaire
susscore

Een boxplot van de SUS-scores is te zien in bovenstaande figuur. De gemiddelde SUS-score is 86,3 en er zijn deze keer geen uitschieters. Uit [1] weten we dat deze SUS-score de grens van uitstekend bereikt. Deze gemiddelde SUS-score ligt hoger dan die van het vorige ontwerp (zie resultaten pp1). De score geeft een indicatie dat er zich bij dit ontwerp geen grote gebruiksproblemen voordoen.

7) Algemene conclusie
Er zijn een aantal nieuwe problemen opgedoken die meestal te maken hebben met de veranderingen die werden doorgevoerd in het ontwerp. Voor alle genoemde problemen werd telkens ook minstens één mogelijke oplossing aangehaald dat in een volgend ontwerp kan geïntroduceerd worden. Bij het plannen van activiteiten en het toevoegen van resultaten van deze activiteiten zijn geen grote gebruiksproblemen aan het licht gekomen. Er werd echter wel een groter probleem gevonden bij de koppeling tussen een activiteit en de details die rechts worden weergegeven. Na de evaluatie van het eerste papieren prototype werd beslist om concepten zoals wedstrijden, het vooropstellen van doelen en het verdienen van badges weg te laten (zie resultaten pp1). Deze beslissing lijkt goed te zijn op basis van de antwoorden op de vraag of er informatie op het dashboard ontbreekt. Door onder andere deze concepten niet meer op te nemen in het ontwerp, komt dit ontwerp veel minder druk over, waardoor dit ook hier een goede beslissing lijkt te zijn.

Een gemiddelde SUS-score van 86,3 geeft een indicatie dat er zich bij dit ontwerp geen grote gebruiksproblemen voordoen. Deze manier van testen zal echter steeds herhaald blijven worden. Het oplossen van bepaalde problemen kan immers nieuwe problemen introduceren.

Referenties
[1] Bangor, A., Kortum, P. T., & Miller, J. T. (2009). Determining what individual SUS scores mean: Adding an adjective rating scale. Journal of Usability Studies, 4(3), 114-123.

Advertenties

3 gedachtes over “PP2: Resultaten & conclusies

  1. Pingback: DP1: Design | Quantified Self
  2. Pingback: DP1: Doel en methode | Quantified Self
  3. Pingback: DP1: Resultaten & conclusies | Quantified Self

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s